Tickets
Webshop
Tip

Gedachten tijdens wedstrijden

Waar denken schaatsers aan tijdens hun wedstrijd? Aan hun techniek? Aan hun tegenstander? Of proberen ze juist nergens aan te denken? Een rondvraag bij Thijsje Oenema, Ireen Wüst, Rhian Ket en Jan Smeekens.


Thijsje Oenema | Foto: Soenar Chamid

Thijsje Oenema begint hard te lachen na de vraag waar ze aan denkt tijdens haar wedstrijden. Vervolgens: "Een hoop. Een hele hoop." Ze signaleert misslagen, analyseert haar tijd bij de opening en ziet wat haar tegenstander doet. Of het nou een 500 of een 1000 meter is, een goede of een slechte race, de rijdster van team Liga wordt tijdens haar rit continu vergezeld door wisselende gedachten.

Oenema: "Tijdens het rijden van mijn Nederlands record dacht ik: o, mijn start is niet zo goed. Ik moet nu wel een beetje goed gaan afzetten. Maar het is niet zo dat ik er bij stil sta als ik iets denk", zegt Oenema. Ze heeft een paar technische aanwijzingen in haar hoofd: hoe ze haar bocht aansnijdt en dat ze goed achterop moet zitten.

"Maar ik moet niet de hele rit gaan nadenken over hoe ik mijn been erbij haal. Bij een 500 meter moet je zo fanatiek afzetten, te veel nadenken maakt dat ik daarmee bezig ben, dan word ik weer minder snel."

Een tegenstander die vlak voor Oenema op een opvallende manier haar benen naar achter beweegt op de kruising? De Friezin ziet het. "Ja, dan denk ik: wat zit die nou weer gekke dingen te doen. Maar tegelijkertijd denk ik ook: dat komt goed uit! Dan kan ik er mooi naartoe rijden."

Het betekent niet dat de sprintster alleen maar met andere zaken bezig is. "Ik ben behoorlijk met mezelf bezig. Daarnaast zie ik mijn tegenstander, maar het zijn slechts constateringen. Korte gedachten die zo weer weg zijn. Het dringt allemaal uiteindelijk niet écht door."

Niks

Als Jan Smeekens aan de start staat, gaat er niks door zijn hoofd . "Ik weet van tevoren wat ik moet doen en focus mij ter plekke op het startschot", zegt de sprinter van team BrandLoyalty. Dat verandert niet als de starter het pistool af laat gaan. "Daarna is het automatisme. Dan hoef ik er ook niet over na te denken wat ik moet doen. Het zijn handelingen die er al ingeslopen zijn door tijdens trainingen duizenden startjes te doen."

Ireen Wüst heeft voor een wedstrijd een paar aandachtspunten. "Elke race zijn dat verschillende dingen." Bij de drie kilometer denkt ze bijvoorbeeld aan haar ritme in de bochten en dat ze moet ontspannen op het rechte eind. "Bij de 1000 meter wil ik de bocht ‘zetten’, goed beginnen en alleen maar doorversnellen. Op het rechte eind denk ik aan het maken van rake klappen." Datzelfde geldt voor haar 1500 meter.

"Behalve bij een race tegen race", zegt Wüst. Zoals de 1000 meter op de NK Afstanden tegen Lotte van Beek. "Dan denk ik: oké, nu ga ik je opeten en van je winnen. Die gedachte had ik ook de dag ervoor tegen Jorien (Ter Mors, LvdG). Het racen op die manier is het allermooiste, daar hou ik van."

Technische taken

Schaatser Rhian Ket denkt alleen aan zijn technische taken. "Dat is het enige waar ik mee bezig ben. En vaak dénk ik niet eens, maar voel ik alleen maar." De rijder van team Project 2018 streeft ernaar zijn volledige race op gevoel te rijden. "Ik wil blanco zijn in mijn hoofd", zegt hij. Denken kan afleiden.

Als voorbeeld geeft hij zijn wereldbekerwedstrijd in Salt Lake City, een paar weken geleden. Daar zat Ket in de rit met Mark Tuitert. "Mark viel, daardoor werd ik me van alles bewust en kwam ik uit mijn flow. Ik ging mezelf taken opleggen en zat er niet meer helemaal in. Op zo’n moment wordt de prestatie net even minder. Het gaat nog steeds wel hard, maar niet zo hard als het zou kunnen."

Ket heeft drie à vier aanwijzingen waar hij tijdens het schaatsen bewust mee bezig is. Bijvoorbeeld: het uitversnellen van zijn bocht en achterop zitten. Ket: "Die punten die ik heb vertaal ik in een gevoel. Ik zorg ervoor dat dit gevoel al voorgeprogrammeerd is. Als ik visualiseer, zeg ik ook geen woorden, maar roep ik het gevoel op wat erbij hoort."