Tickets
Webshop
Tip

Mentale training als onderdeel van het trainingsproces

Foto: Sander Chamid

In de zomer wordt elke schaatser wereldkampioen. Met andere woorden, de rijders zijn sterker en voelen zich alsof ze de hele wereld aan kunnen. Tests geven aan dat het lichaam er beter voor staat dan ooit te voren. Wereldbekertickets lonken en prijzen kunnen verdeeld worden. En dan toch valt het kwartje bij de eerste kwalificatiewedstrijd de verkeerde kant op. De verwachte prestaties vallen tegen en de schaatser staat voor een raadsel, want de winnende tijd lag in de lijn der verwachting. Is het fysiek, technisch of toch mentaal mis?

Hardy Menkehorst is al meer dan dertig jaar in de sport actief als mental coach. De Drentse sportpsycholoog is een aantal jaren onderdeel geweest van de schaatsploeg van TVM en kent de schaatssport van binnen en van buiten. Hij weet als geen ander dat alles moet kloppen om een topprestatie te kunnen leveren. “Techniek, tactiek, kracht en mentaliteit zijn allemaal aspecten die kunnen leiden tot goud. En dat is wat elke schaatser uiteindelijk wil.”

Elke dag houdt een sportpsycholoog zich bezig met het mentale aspect van de sporter. Mentale training wordt het ook wel genoemd, oftewel de sporter traint zijn mentaliteit. Menkehorst: “Tijdens mentale training train je je gedachten en gevoelens. Allereerst is het belangrijk te weten of je gedachten je tijdens het sporten tegenwerken of juist helpen bij een prestatie. Als psychloog kijk ik ook naar een totaal plaatje: hoe is de situatie thuis, in het team, heb je problemen of zit je juist goed in je vel. Met deze kennis kunnen we dan kijken hoe de mentaliteit tijdens de prestatie beïnvloed wordt. Zo kan er ook een passend verbeterplan gemaakt worden.”

Vier fases

Volgens sportpsycholoog Menkehorst bestaat mentale training uit vier fases.

  • To know – ik weet wat ik wil
  • To know how – ik weet hoe ik dat moet doen
  • To show – ik laat zien dat ik het kan
  • To do – ik doe het

Als voorbeeld: ik wil tijdens vermoeidheid mijn kniehoek behouden. In mijn hoofd weet ik hoe ik dat moet doen en dat laat ik zien in de training. Ik train tot ik zo vermoeid ben, dat het trainen van mijn doel pas echt begint. Tenslotte laat ik het zien tijdens de wedstrijden. De uitleg van mentale training klinkt gemakkelijk, maar de moeilijkheid ligt hem in het echt doen. “Mentaliteit is vluchtig en snel. Het kan fluctueren per seconde. Kracht heb je, dat verandert niet zomaar. Mentaliteit kan van het een op het andere moment veranderen. Wanneer er bijvoorbeeld tijdens een duizend meter iemand over je heen kruist, dan doet dat wat met je. De variatie in je gedachten gaat dan heel snel. De kunst is dan, om te blijven focussen op jezelf en je eigen race.”

Foto : Huub Snoep

Resultaatdenken

Waar sportpsychologen het meest aan werken binnen de schaatssport, is het corrigeren van resultaatdenken. De schaatser is dan al bezig met de eindtijd, terwijl de race nog moet beginnen. De focus ligt dan niet meer bij het (schaats)gedrag van de sporter zelf en dat kan tegenwerken. “Ze zeggen wel eens, de weg er naar toe is belangrijker dan het resultaat en eigenlijk is dat ook zo. De weg naar een topprestatie heb je als sporter zelf in de hand. Iemand anders houdt de tijd voor je bij en dat zegt eigenlijk al genoeg.”

Een ander punt dat vaak voorkomt, is het te veel bezig zijn met de tegenstander. “De andere persoon is helemaal niet belangrijk voor jouw prestatie. Het is slechts een vliegend voorwerp die je af en toe ziet. Jij hebt je eigen wedstrijdbaan en daar hoort de focus op te liggen. Belangrijk is om tijdens de wedstrijd verantwoordelijk voor jezelf te zijn. Wat kan je zelf controleren; je techniek, je hoeken, je armzwaai. Als daar je focus ligt, zal de tegenstander geen negatieve invloed op je prestatie hebben.”

Heeft een rijder toch moeite om de concentratie bij de techniek te houden tijdens een race, dan zet mental coach Menkehorst soms een bliksemafleider in. “Ik heb wel eens naast de baan gestaan met de afspraak dat ik na een aantal rondjes een aantal vingers zou opsteken, met de vraag na de wedstrijd hoeveel vingers stak ik op? Die afleiding haalt even de gedachte bij bijvoorbeeld vermoeidheid weg en kan zo helpen tot beter presteren van de schaatser.”

Raceplan

Veel schaatsers werken met een individueel opgebouwd raceplan. Voor de een is dit per honderd meter beschreven, voor de ander per rondje. Het plan is een afwisseling van techniek en inzet. Technisch kan een raceplan bestaan uit specifieke opdrachten: recht aansnijden van de bocht, zijwaarts afzetten en een diepe kniehoek houden. Inzet van de sporter ligt in het jezelf pushen tot het maximale. Jezelf blijven toespreken. “Om een race te kunnen winnen, moet je in vermoeidheid goed blijven schaatsen. Een raceplan geeft je daarbij handvatten over de juiste focus die je moet hebben. In de laatste ronde komt altijd de focus op de inzet naar boven. Jezelf toespreken dat je technisch goed moet blijven rijden tot aan de streep. Moe ben je toch al.”

Zelf doen

Voor elke topsporter is mentale training een onderdeel van het trainingsproces. Maar mentale training is niet voor elke sporter weggelegd, omdat het simpelweg niet vergoed wordt door de zorgverzekeraar. Toch kun je volgens schaatskenner Hardy Menkehorst ook zelf aan de slag met mentale training. “Belangrijk is dat je focus op je eigen race ligt. Stel jezelf de vraag: wat kan ik verbeteren om uiteindelijk een persoonlijk record te rijden. Ontleedt bijvoorbeeld je start in meerdere stappen en kijk waar winst is te behalen. In de houding of de reactie of juist de eerste stap. Maak voor jezelf een plan hoe je dat kunt verbeteren en volg dat plan zo goed mogelijk. De stappen zullen je door veel te doen steeds meer eigen worden, zodat een snellere tijd uiteindelijk het resultaat is. Maar let wel: de weg er naar toe is belangrijker dan het resultaat.”